Zaterdag begon het OJC weekend met een schrijfoefening. De eerste zin
was gegeven, de rest heb ik er in één pennestreek aan toegevoegd.
De mensen stapten één voor één door de deur.
Een deur gaat open naar de toekomst, het verleden valt achter mij weg
als een verloren geest. Adem, zegt jouw ziel, het hart tegen de mijne,
vol verlangen, angst, moed. Met hart der zielen vergeet ik waar mijn
hoofd door maalt. Regen, zon, hoop en liefde geven mij wat de jouwe is,
was en altijd zal zijn geweest. Malen, doen gedachten door mijn hoofd,
het potlood de ballast van mijn ziel, op weg naar de vergetelheid. Wat
is, wat was, wat kan en zal zijn is verstopt in de toekomst.

Advertisements