Ik sta op. Overal om me heen zitten zwijgende mensen van wisselende
leeftijd. Langzaam loop ik naar voren, het hoofd gebogen, de schouders
opgetrokken. Voor in het lokaal staat een lessenaar. Ik loop erop af.
De mensen kijken me vol verwachting aan, maar het enige wat ik zie is
die lessenaar. Ik leg mijn handen op de randen en grijp me vast. Mijn
knokkels kleuren wit en ik raak in paniek. Wat moet ik zeggen! Zoekend
kijk ik om me heen, raak in paniek. Er dwarrelen stofdeeltjes in het
schemerlicht. Gefascineerd volg ik een dansend donsveertje totdat de
man in de hoek zijn keel schraapt. Ik kijk de zaal in, trek wat met
mijn mondhoek en zeg: “hallo, ik ben Remco.”

De zaal antwoordt geroutineerd, doch vriendelijk “Hallo Remco.”

De kop is eraf, ik zet door. “Ik ben een podiumverslaafde. Op het
moment dat ik een paar weken niet op het podium sta raak ik uit balans.
Ik leef een halve week van tevoren al naar repetities toe. Waar ging
het mis?”

Ik weet niet meer waarom, maar ik weet wel dat ik dit meer wil doen,
het is zo moeilijk, zo zwaar, maar ook zo leuk om op dat podium te
staan en dan iets te doen waarvan ik dacht dat ik het nooit zou durven.

Advertisements