Dit verhaal gaat over de meest geminachte beroepsgroep op de campus, de campuscops. Misschien dat dat niet altijd correct is, maar je kunt over het algemeen wel stellen dat de voorbeelden van hun incompetentie sprekender zijn dan die van hun competentie.

Het is dinsdagavond. De campuscop laat zijn blik nog eens over de videowall van bewakingscamera’s glijden voordat hij zijn blik weer richt op zijn computerscherm en een nieuw potje patience opstart. Opeens gaat de telefoon! Verschrikt laat de campuscop alles vallen en haast zich met gepaste spoed richting het telefoontoestel. Wanneer de draai van zijn bureaustoel is voltooid ziet hij dat het het geen nood, wel campuscops nummer is. Jammer. Onze campuscop had wel zin in een stevig robbertje politioneren.

Ontdaan van alle hoop neemt hij de telefoon op. Fik in de buurt van auto’s en vuilnisbak? Het sluimerende politiemannenhart van de campuscop begint een tikje sneller te kloppen. In een slenterdrafje snelt hij zich richting barbiemobiel en spoedt zich richting de plek des onheils. De campuscop constateert de fik en rijdt snel door.

Op campuscop HQ noteert hij in het logboek: brandende bank op de Calslaan en eindigt het potje patience nog binnen de 999 seconden. Wie zei er nou dat campuscops niet efficiënt waren?

‘s Ochtends om half zeven hing nog steeds de meur van fik over de Calslaan en waren er nog steeds vlammen zichtbaar. Lang leve onze protecteurs, schrik van van al het gespuis.

Advertisements