Naar aanleiding van mijn Im Memoriam is me gevraagd om mijn stukje voor te lezen bij de begrafenis van mijn opa. Ik heb samen met mijn neef Ayold onze herinneringen gebundeld tot hoe het was om een kleinzoon van zo’n opa te zijn.

Hoe moeilijk het ook was, ik ben ontzettend dankbaar dat ik deze mooie herinneringen heb mogen delen, en, misschien nog wel belangrijker, dat ik heb mogen delen hoe opa in mij, en ieder van ons, voort leeft en dat dat iets is wat we niet moeten vergeten. Hieronder staat de tekst zoals ik hem heb voorgelezen (wat literaire vrijheden daargelaten).

Zoals vrijwel iedereen ben ik niet goed in omgaan met de dood, vooral omdat het buiten het leven valt, maar zo nu en dan komt het akelig dichtbij als het over nabije familie gaat. Naast verdriet zijn er gelukkig ook een heleboel mooie herinneringen en een hoop om dankbaar voor te zijn.

Mijn vroegste herinneringen aan Opa Rolde gaan terug naar de tuin aan de Gieterstraat. Rode bessen die best wel zuur waren, een aspergebed met heel veel roestige blikjes die de asperges voor de zon verborgen hielden, de grote boom met een grote paddenstoel en een houten schommel. Altijd zag je waar het eten vandaan kwam, want in mijn herinnering kwam het eten altijd in overvloede uit de tuin.

Er was ook een winter waarin de bomen voor het huis bedekt waren met een centimeter ijzel, wat heel mooi was, maar waar ik, terecht, absoluut niet onderdoor mocht lopen. De winter was sowieso een fantastisch seizoen. Niemand kon immers zo goed schaatsen als Opa (en zeker ik niet, heb ik later geleerd…). Als er ook maar een beetje ijs lag in de wijde omgeving van Rolde, dan wist Opa altijd wel een mooie plek waar geschaatst kon worden. Als Opa zelf niet schaatste, dan was er altijd nog schaatsen op tv, waar Opa zelf net zo hard mee schaatste met zijn bovenlichaam, heen en weer, heen en weer, heen en weer.

Als ik mocht logeren bij Opa en Oma dan gingen we vaak een eind fietsen. Opa had een grote liefde voor het Drentse landschap en we reden langs plaatsen die ik tot dan toe alleen maar kende van papier zoals de Aa en Westerbork, waar ik meerdere malen met Opa heen ben gefietst. Kamp Westerbork was indrukwekkend en ook toen al had ik interesse voor alles wat technisch was, dus ik vond de radiosterrenwacht minstens zo interessant.

Ook toen ik pas terug nog met mijn fietsje vanaf station Assen richting Rolde kwam fietsen werd ik nog overhoord over welke route ik had genomen en welke herkenningspunten ik zeker gezien zou moeten hebben. Zelfs dan nog wist Opa beter wat er op mijn route had gelegen dan ik.

Als ik bij Opa en Oma was ging ik ook best wel regelmatig mee met Opa als hij de ronde deed voor tafeltje dekje. Voor Opa was het vanzelfsprekend om zo wat te doen “voor die oude mensen”.

Tot aan het eind was Opa ook het beste in klaverjassen en meestal won hij wel, want wie schrijft die blijft. Als je aan de beurt was (maar alleen tijdens het kaarten) werd je steevast “hoe heeeet je ook alweer” genoemd, en je moest wel opschieten, want kaarten doe je niet met een praatje.

Als daar een ouwe voor de ouwe bij werd aangeboden dan nam hij er een van “omdat je zo aandringt” en als je er dan nog een aanbood dan nam hij er “nog ééntje”

Andere legendarische uitspraken van Opa volgden op de vraag: “Hoe gaat het met je, Opa?” Hij antwoordde met: “Het is behelpen, jongen” of “Met slechte mensen gaat het altijd goed”

Als je rondkijkt in de familie zie je dat er over het algemeen flink gestudeerd is en dat iedereen altijd bereid is om te werken en een paar handen uit de mouwen te steken. Dat hebben we niet van een vreemde, want Opa was precies zo en heeft dat netjes overgedragen. Ook was hij altijd geïnteresseerd of het wel goed met je ging en wat voor cijfers je haalde (een pijnlijk onderwerp voor sommigen).

Het jaarlijkse kerstdiner mag ook niet onvermeld blijven. In de decembermaand kwamen we met de hele familie, meestal bij Opa & Oma thuis, samen. De dames zorgden voor heerlijk eten, Opa zorgde voor de drank en de rest deed de afwas. Gezelligheid gegarandeerd!

Het meest waardevolle is nog wel dat zelfs op een droevige dag als afgelopen zaterdag, het eigenlijk ook heel gezellig was omdat de hele familie bijeen was.

We komen niet zo heel vaak bijeen, vooral omdat we met zoveel zijn, maar als we met zijn allen samen zijn maken we het dubbel en dwars goed met goede gesprekken waarbij diepgang niet wordt vermeden. Op de terugweg naar huis besef ik me dan weer keer op keer dat ik deel uitmaak van een bijzondere familie.

Het van Bree zijn is en blijft een anker dat ons verbindt, en in geest was Opa daarom altijd wel aanwezig bij het grote van Bree mannenweekend, al kon hij daar fysiek niet bij zijn.

De geest van Opa leeft in ons allemaal voort, en dat is iets wat ik zal koesteren en waar ik trots op zal zijn.

Advertisements